Een 3D klantenteller gebruikt in tegenstelling tot 2D twee camera's (stereoscopisch zicht) of een dieptesensor om niet alleen breedte en hoogte, maar ook diepte te meten. Dat principe is vergelijkbaar met hoe onze eigen ogen werken: omdat we twee ogen hebben die elk een iets ander beeld zien, kan ons brein afstand en diepte inschatten. Een 3D-camera doet precies dat, maar dan met algoritmes.
Dankzij die dieptedata kan een 3D-systeem voor elke bezoeker een soort driedimensionaal silhouet opbouwen. Het resultaat: veel nauwkeurigere telling, zelfs in drukke omgevingen.
Waarom is 3D klantentelling zoveel accurater?
Doordat een 3D-teller diepte ziet, kan het systeem:
- Mensen die dicht bij of achter elkaar lopen onderscheiden als losse individuen, ook bij drukte aan de ingang
- Schaduwen en lichtreflecties negeren, omdat die geen diepte hebben
- Objecten filteren, zoals winkelwagentjes, kinderwagens of rolstoelen, die wél bewegen maar geen mensvorm of -hoogte hebben
- De lengte van een bezoeker inschatten, waardoor bijvoorbeeld kinderen apart herkend kunnen worden van volwassenen
Het resultaat is een nauwkeurigheid die in de praktijk kan oplopen tot 98%, een stuk hoger dan bij een vergelijkbare standaard 2D camera. Dat is een verschil dat direct invloed heeft op de kwaliteit van je rapportages: hoe nauwkeuriger de telling, hoe betrouwbaarder elke beslissing die je daarop baseert.